Zuid-Afrika door mijn blauwe ogen #14

Wat een dag van uiterste was dit. In 2018 nog zulke plekken op aarde vinden is iets wat je niet in de koude kleren gaat zitten. Maar iets voor een ander doen hoort nou eenmaal bij mijn leven op aarde. Je gaat er anders door naar jezelf kijken en genieten van de kleine dingen die je wel voor jezelf kan doen.

Opstaan hoeft vandaag niet vroeg, maar toch ben ik bijtijds wakker. Maar in plaats van eruit gaan en douchen, draaide ik mij nog even om en pakte ik mijn telefoon erbij. Ruim anderhalf uur gaat voorbij als ik besluit toch echt te gaan douchen. Ons is verteld dat wij pas om elf uur weg zouden gaan dus ik heb tijd zat. Daarna eet ik een heerlijk ontbijt en dan begint het wachten op de Afrikaanse manier. Want tijd nemen ze hier graag met een korreltje zout en uiteindelijk gaan wij pas twaalf uur van huis weg. Maar niet voordat er snel nog twee boterhammen met kaas naar binnen worden gewerkt.

Samen met Sini draag ik de twee pannen met voedsel naar het busje toe en zetten ze achterin. Ik dacht even dat we met twee auto’s zouden gaan, maar wij worden gevraagd achterin het busje plaats te nemen. Even voor het beeld, het is een werk busje waar je normaal bouwmaterialen of zo achterin gooit, en dus nemen wij plaats op de vloer waar dekens op gelegd zijn. Er zijn geen ramen en geen licht dus ik zet de zaklamp op mijn telefoon aan en zet wat muziek aan om het wat meer comfortabeler te maken. Ik geniet wel van deze manier van reizen, omdat je je gewoon moet toegeven aan de manier waarop ze het hier doen. We rijden voor bijna een half uur als wij op onverharde wegen terecht komen en wij weten dat wij er zijn.

De deur gaat open en ik waan mij even terug in de tijd. Ik wist wat een township moest voorstellen, maar er zijn is zo anders. Eigenlijk valt het met geen pen te beschrijven maar ik ga het toch voor jullie proberen. Het is winter hier en er liggen overal plassen op de onverharde wegen, er staan overal ‘huisjes’ gebouwd uit platen, overal ligt vuil en hygiëne is ver te zoeken. Ik sta even stil, kijk om mij heen en er bekruipt mij een vreemd gevoel dat ik nog nooit eerder heb gevoeld. Een gevoel van ongemak en gevoel van onmacht komt naar boven. Hoe gaan wij hier ooit iedereen van voedsel voorzien. Het blijkt dat het vandaag alleen om de kinderen gaat, want er leven hier veel meer dan 5000 mensen en die allemaal voorzien van voedsel gaat gewoon niet. Er wordt een tafel neergezet en wij zetten de pannen erop. Marja serveert de rijst, Sini de saus en het vlees en Sophia en ik delen het snoep uit aan de kinderen. Het gaat heel erg gestructureerd en dat verbaasd mij. Maar toch komen er veel gevoelens omhoog als ik iedereen, zeker de kinderen, zie langskomen. Sophia neemt het snoep uitdelen van mij over en ik maak foto’s.

De rij met kinderen en sommige volwassenen lijkt maar niet op te houden en ik ben bang dat we niet genoeg hebben. Gelukkig hebben we voor iedereen die vandaag langskwam meer dan genoeg eten en snoep. Na het uitdelen hoeven wij niet mee te helpen met opruimen maar worden wij verzocht mee te lopen met iemand uit de township. Samen met nog vier andere bewoners krijgen wij een tour door de township en het is vooral stilte dat er heerst onder onze groep. We komen op een stuk aan waar twee maanden geleden meerdere hutten in vlammen zijn opgegaan door een omvallende kaars. Gelukkig hebben de bewoners alweer nieuwe hutten, maar hun persoonlijke bezittingen zijn verloren gegaan en ze moeten weer helemaal op 0 beginnen. Bij een van die bewoners worden we uitgenodigd om even binnen te kijken. Het blijkt, zo verteld ze ons, een alleenstaande vrouw te zijn die twee kinderen opvoed waarvan de ouders aan de drugs zitten. Ze heeft gelukkig in de afgelopen twee maanden alweer genoeg spullen kunnen verzamelen en heeft een klein baantje. Ze maakt tassen voor een lokale winkel en van de winst krijgt ze een klein deel. Dit is vooral bedoeld voor de kinderen maar ze lijkt toch wel erg gelukkig ondanks alles. Dat komt door god verteld ze ons, aan hem heeft ze alles te danken wat ze heeft.

Helaas moeten wij weer verder omdat het tijd is om te gaan. We lopen terug en ik blijf mij verbazen door de primitieve manier van leven en de omstandigheden waarin ze leven. Terug bij het busje nemen wij afscheid van de mensen die ons een kleine inkijk hebben gegeven. We nemen weer plaats achterin het busje en het is te merken dat het toch iedereen wel wat heeft gedaan. Ik zet wat Afrikaanse muziek op en er wordt niet veel gepraat. Na een half uur komen wij thuis aan en na een korte plaspauze bestellen we alweer een taxi om naar een andere buurt te gaan. De reden blijft nog even geheim tot ik weer thuis ben, maar na onze bestemmingen lopen wij richting een koffietent. Daar bestel ik een overheerlijke latte en een hamburger, want ik heb nogal veel honger. Na dit komt er een lekker glas bier op tafel en we kijken de troostfinale tussen België en Engeland. Daarna gaan wij richting de drankwinkel om even rond te kijken. Daar koopt Marja voor ons typische Zuid-Afrikaanse drank wat erg veel weg heeft van Baileys. Het is heerlijk en er gaat zeker een fles mee naar huis.

Eenmaal thuis aangekomen lig ik even op bed, ben kapot door alle nieuwe ervaringen. Er staat eten voor ons klaar maar niemand heeft nog echt honger. Het wordt uiteindelijk rond acht uur dat Marja ons vraagt of we komen eten. Tomatensoep met stokbrood staat er op het menu en dat is precies genoeg voor ons. Daarna nemen wij er nog een lekkere bak koffie bij en praten we nog wat na over vandaag en andere onderwerpen. Dan ga ik weer richting mijn kamer en wat gamen en lezen. Ik schrijf mijn blog en besluit dan lekker te gaan slapen. Morgen weer een nieuwe dag.

2 gedachtes over “Zuid-Afrika door mijn blauwe ogen #14

Plaats een reactie