De fietsmaatjes geven nooit op

“Ik ga maandag naar Gouda toe fietsen!” Dat is wat ik al bijna een week riep. Die zondag ervoor vroeg op staan om de fiets een grote beurt te geven. Poetsen, remmen afstellen, remmen schoonmaken, noem het maar op. Naar Gouda, een stuk van 30 kilometer en dat was alleen heen, 60km heen en terug. Bang om het niet te halen was ik niet, maar toch haalde ik het niet. Teleurstelling alom.

Die maandag was afgelopen maandag. Ik keek die avond daarvoor even naar het weerbericht en de kans dat ik het stuk kon gaan rijden was geslonken tot nog geen 10%, de kans dat de zon zou gaan schijnen. Eerste teleurstelling was daar, het weer was zo drastisch slecht dat ik besloot mijn rit tot woensdag uit te stellen.

Opnieuw vroeg op, kijkend uit mijn raam. Een grijze lucht, de zon nergens te bekennen. Het was voorspeld, maar een zonnetje zou vandaag ook te zien moeten zijn. Tas ingepakt, wielerkleding aan, brood gesmeerd en flesjes gevuld met water. Ik stapte op mijn fiets terwijl het begon te regenen, miezelen.

Vast besloten om Gouda te bereiken trotseerden ik de regen, die steeds harder in plaats van zachter leek te gaan. Laten we het maar niet over de zon hebben, want die had blijkbaar geen zin. Aangekomen in Montfoort, kletsnat, schuilend onder een tunneltje tot ik de brug kon oversteken. Blikken van andere wachtenden fietsers gleden over mijn lichaam. Ik hoor ze denken: “waarom zou je in een korte broek en shirtje met dit weer gaan fietsen?” Ik trek me er niks van aan, ik ga verder. In Oudewater zou ik even stoppen voor een broodje, maar dat broodje werd een moeilijke keuze.

Aangekomen in Oudewater, nog verder doorweekt dan in Montfoort en de kans op droog weer leek vervlogen. De boterham die ik zou nuttigen, werd een beslissing om om te keren en mijn doel niet te halen, deze keer! De 15km die ik terug moest waren alles behalve droog maar thuis was er een warm bad die mijn spieren herstelde.

Waar ik die gekke fiets tik vandaan heb? Mijn opa, Joop. Hij fietste vroeger kilometers en naarmate ik ouder werd ging ik met hem mee. Fietsmaatjes, dat waren wij. Nee, dat zijn wij. Want toen ik net Montfoort uit was en onder een viaduct even tot stilstand kwam om wat te drinken, hoorde ik een varken knorren. Net voorbij het viaduct was een varken boerderij, de favoriete dieren van mijn opa. Die knor gaf mij kracht, hij was bij mij en reed met mij mee.

Ooit, ooit zal ik de Alpe d’Huzes gaan beklimmen. De berg die symbool staat voor de strijd tegen kanker. Die ga ik beklimmen op mijn fiets, speciaal voor mijn fietsmaatje. Ooit.

Een gedachte over “De fietsmaatjes geven nooit op

Geef een reactie op Monique Reactie annuleren